Column 23 – de Noordoostpolder

Oorlog, en vrede
’Meekomen jij! Nu!’
Omdat ik niet weet wat de bedoeling is en het wel heel dreigend
klinkt loop ik maar mee. Ondertussen weet ik bij god niet wat er
gebeurt. Anderen hadden al berichten gehoord dat het nog lang niet
over was, dat het misschien wel maanden zou kunnen duren. Maar
dat kan toch niet? Deze oorlog moet toch een keer afgelopen zijn?
‘Niet bewegen!’
Ik sta direct stil. Wat willen ze toch van mij? ‘Ik ben een onschuldig
burger’, probeer ik, ‘ik heb niets fout gedaan.’ De zenuwen gieren
door mijn lichaam. Ze nemen me toch niet mee? Of zou het één
iemand kunnen zijn die me in zijn greep houdt? Die kan ik misschien
nog te lijf. En anders is er toch wel iemand die me kan helpen? Mijn
hersenen draaien overuren, ik voel me absoluut niet goed.
‘Niet bewegen!’ hoor ik weer. De dreigende toon wordt naarder, het
beneemt me mijn adem. Ik snap het niet, ik heb niets verkeerds
gedaan.
U begrijpt het waarschijnlijk al wel, dit zijn bedachte zinnen. Hoe we
vijfenzeventig jaar onze vrijheid vierden is het nu nog niet eens aan
de orde. Maar de vrede moet toch eens komen?
Jacqueline Voskuil